Drie mensen poseren en glimlachen in een zonnige tuin; houten schutting met bloemen en slingerverlichting op de achtergrond; linker man draagt zwart shirt met tekst "ICEBERG since 1974".

Achter elke donkere wolk schijnt de zon | De stem van de naasten

Isabelle en Tomas over tien jaar leven naast de eetstoornis van hun dochter Estelle

“Ik wilde moeder zijn. Geen behandelaar.”

Bij BeLeef spreken we dagelijks mensen die herstellen van een eetstoornis. Maar achter iedere cliënt staat vaak een gezin dat een minstens zo ingrijpende reis doormaakt. Ouders die machteloos toezien. Broers en zussen die zich aanpassen aan een leven waarin een eetstoornis langzaam steeds meer ruimte inneemt. Partners die zoeken naar manieren om dichtbij te blijven, terwijl ze hun geliefde steeds verder zien verdwijnen.

Met onze nieuwe rubriek De stem van de naasten willen we juist ook hún verhalen een podium geven.

Voor deze eerste editie ga ik in gesprek met Isabelle en Tomas, de ouders van Estelle. Tien jaar lang stond hun leven in het teken van de eetstoornis van hun dochter. Wat mij tijdens ons gesprek direct raakt, is de liefde waarmee zij over haar blijven spreken. Niet de wanhoop voert de boventoon, maar het vertrouwen dat er, hoe klein soms ook, altijd een gezond deel aanwezig blijft.

Hun verhaal gaat over machteloosheid, loslaten en opnieuw leren vertrouwen. Maar boven alles is het een verhaal over hoop.

“Vanaf dat moment stonden we onderaan een enorme berg.”


Wanneer Isabelle terugdenkt aan het moment waarop alles begon, hoeft ze niet lang na te denken.

“Het was mei 2016,” vertelt ze. “We waren op vakantie toen een vriendin voorzichtig tegen me zei dat Estelle wel erg veel was afgevallen. Ik maakte me eigenlijk geen zorgen. Ze zat volop in de groei, fietste iedere dag naar school en sportte veel. Dat ze slank was, vond ik niet vreemd.”

Pas wanneer de kinderarts tijdens een afspraak voorzichtig uitspreekt dat hij denkt aan een eetstoornis, verandert alles.

“Vanaf dat moment stonden we als gezin onderaan een enorme berg,” zegt Isabelle. “We hadden geen idee hoe lang de weg zou zijn die voor ons lag.”

Hoewel de diagnose veel onzekerheid met zich meebrengt, voelen Isabelle en Tomas in eerste instantie ook opluchting. Eindelijk is er een verklaring voor wat ze zien gebeuren. Ze vertrouwen erop dat de juiste hulp hun dochter weer beter zal maken.

Maar al snel ontdekken ze dat een eetstoornis zich niet laat vangen in eenvoudige oplossingen.

“Je denkt dat er een behandeling komt en dat het daarna langzaam weer beter wordt,” vertelt Tomas. “Pas later ontdek je hoe ingewikkeld een eetstoornis eigenlijk is. Het gaat niet alleen over eten. Het raakt alles.”

Van maaltijd naar maaltijd
Waar eten vroeger vanzelfsprekend was, verandert iedere maaltijd langzaam in een bron van spanning.

Er wordt onderhandeld. Er wordt gehuild. Soms wordt er geschreeuwd. En steeds vaker draait een hele dag om dezelfde vraag: hoe krijgen we vandaag voldoende voeding naar binnen?

“Ons leven werd steeds kleiner,” vertelt Isabelle. “Alles draaide om de volgende maaltijd.”

Langzaam merkt ze dat haar rol als moeder begint te veranderen.

“Ik wilde haar troosten. Ik wilde gewoon moeder zijn. Maar steeds vaker voelde ik me degene die moest controleren, begrenzen en ingrijpen.”

Tomas herkent dat gevoel.

“Wanneer ik thuiskwam van mijn werk vroeg ik niet meer hoe haar dag was geweest. Mijn eerste vraag was: ‘Wat heeft Estelle vandaag gegeten?’”

Terwijl Isabelle hierover vertelt, valt op hoe vanzelfsprekend ze bleef zorgen. Niet omdat ze wist wat de juiste keuzes waren, maar omdat ze, net als iedere ouder, alles deed wat binnen haar mogelijkheden lag.

Ook Levi leefde mee
Tijdens ons gesprek spreken Isabelle en Tomas niet alleen over Estelle.

Ook hun jongste zoon Levi komt regelmatig ter sprake. Hoewel alle aandacht begrijpelijkerwijs naar zijn zus uitgaat, blijkt jaren later hoeveel invloed de eetstoornis ook op hem heeft gehad.

“Tijdens de maaltijden hing er vaak spanning in huis,” vertelt Isabelle. “Levi trok zich regelmatig terug op zijn kamer. Pas veel later vroegen we hem hoe hij die periode had beleefd.”

Zijn antwoord raakt haar nog steeds: “Mam, ik weet eigenlijk niet beter.”

“Toen besefte ik pas hoeveel impact de eetstoornis op ons hele gezin heeft gehad,” vertelt Isabelle. “Niet alleen Estelle was ziek. Wij leefden allemaal volgens de regels van de eetstoornis.”

Wanneer hoop steeds opnieuw wordt uitgedaagd
Na de diagnose volgen maanden waarin Isabelle en Tomas zich vasthouden aan één gedachte: nu weten we wat er aan de hand is, nu kan het herstel beginnen. Ze vertrouwen op de expertise van artsen en behandelaren en hopen dat de juiste hulp hun dochter stap voor stap terug zal brengen.

Maar al snel ontdekken ze dat een eetstoornis zich niet laat vangen in een behandelplan alleen.

In de jaren die volgen worden verschillende trajecten opgestart. Opnames wisselen elkaar af. Iedere nieuwe behandeling begint met voorzichtig optimisme, maar telkens volgt ook weer een periode waarin de eetstoornis opnieuw de overhand lijkt te krijgen.

“Na iedere behandeling kwam Estelle weer thuis,” vertelt Isabelle. “En iedere keer moesten we opnieuw ontdekken hoe we het thuis vorm konden geven. Je wilt niets liever dan gewoon een gezin zijn, maar ondertussen draait alles om eten, controle en angst.”

Langzaam verandert hun huis in een plek waar de eetstoornis steeds meer ruimte inneemt.

Niet alleen aan tafel. Maar ook daarbuiten. Een verjaardag. Een etentje. Een middagje weg. Vrijwel alles wordt afgewogen. Kan Estelle dit aan? Is er voldoende structuur? Wat gebeurt er als het anders loopt dan gepland?

“Onbewust ga je steeds meer leven volgens de regels van de eetstoornis,” zegt homas. “Pas achteraf zie je hoeveel invloed dat eigenlijk heeft gehad.”

Leven in de overlevingsstand
Tijdens ons gesprek valt me op hoe weinig ruimte Isabelle zichzelf in die jaren gunde. Vrijwel alles draaide om Estelle. Om haar gezondheid. Om de volgende maaltijd. Om de vraag of de dag goed zou verlopen.

“Ik stond iedere ochtend om vijf uur op om de Nutridrink alvast in de vriezer te leggen,” vertelt Isabelle. “Estelle kon die alleen drinken als hij bijna bevroren was. Dus iedere ochtend begon ik daarmee.”

Juist zulke ogenschijnlijk kleine rituelen laten zien hoe een eetstoornis langzaam het dagelijks leven binnendringt. Niet omdat ouders dat willen. Maar omdat zij iedere dag opnieuw zoeken naar manieren waarop hun kind nét iets makkelijker kan eten.

“Je doet alles wat binnen je mogelijkheden ligt,” zegt Isabelle. “En tegelijkertijd voel je steeds vaker dat niets echt voldoende lijkt te zijn.”

Die voortdurende spanning vraagt veel van een gezin.

“Je staat eigenlijk de hele dag aan,” vult Tomas aan.

“Zelfs wanneer je probeert te ontspannen, ben je ondertussen aan het nadenken over de volgende maaltijd.”

“Hoe harder je probeert te helpen, hoe machtelozer je je soms voelt.”

“Ik wilde moeder zijn. Geen behandelaar.”

Isabelle spreekt de zin rustig uit, maar de betekenis ervan is groot.

Want hoe blijf je moeder wanneer je voortdurend moet controleren of je dochter voldoende eet? Hoe blijf je vader wanneer je iedere avond thuiskomt en als eerste vraagt hoeveel calorieën er vandaag zijn binnengekomen?

Langzaam verschuift de relatie. Niet omdat Isabelle en Tomas dat willen. Maar omdat de eetstoornis steeds vaker tussen hen in komt te staan.

“Ik wilde haar vasthouden,” vertelt Isabelle. “Ik wilde haar troosten. Maar steeds vaker voelde ik me degene die grenzen moest stellen.”

Tomas herkent dat.

“Je bent voortdurend alert. Iedere blik. Iedere opmerking. Iedere maaltijd. Je probeert alles op te vangen, terwijl je ergens ook weet dat je de eetstoornis niet kunt oplossen.”

Steeds opnieuw beginnen
Na iedere opname lijkt er even ruimte te ontstaan. Er worden nieuwe afspraken gemaakt. Nieuwe doelen geformuleerd. Er is voorzichtig vertrouwen. Maar even vaak volgt er ook weer een terugval.

“Dat vond ik misschien nog wel het moeilijkste,” vertelt Isabelle.“Je leeft ergens naartoe, je hebt hoop dat het deze keer anders zal zijn, en vervolgens begin je opnieuw.”

Toch geven Isabelle en Tomas nooit op. Niet omdat het makkelijk is. Maar omdat opgeven voor ouders eenvoudigweg geen optie is.

“Het blijft je kind,” zegt Tomas.

Die vier woorden zeggen misschien wel alles.

Op zoek naar wat er ónder de eetstoornis zit
Naarmate de jaren verstrijken, groeit bij Isabelle en Tomas het gevoel dat er meer speelt dan alleen het eetgedrag. Natuurlijk begrijpen ze dat voeding de eerste prioriteit heeft. Maar steeds vaker vragen ze zich af wat er onder de eetstoornis schuilgaat.

“We voelden dat Estelle niet alleen worstelde met eten,” vertelt Isabelle. “Er zat iets onder. Iets wat steeds opnieuw aandacht vroeg.”

Wanneer ze uiteindelijk over BeLeef horen, spreekt juist die visie hen aan. Niet alleen kijken naar het gedrag. Maar ook naar de mens daarachter.

“Dat gaf ons weer een beetje hoop,” zegt Tomas. “Niet de hoop dat alles ineens opgelost zou zijn. Maar wel dat er eindelijk gekeken werd naar wie Estelle werkelijk was.”

“Je kunt herstel niet vóór iemand doen. Maar je kunt wel naast iemand blijven staan.”

Achter elke donkere wolk schijnt de zon.

“Je kunt herstel niet afdwingen. Je kunt alleen blijven geloven dat het mogelijk is.”

De zoektocht naar iets wat écht past
Na jaren van behandelingen, opnames en terugkerende teleurstellingen groeit bij Isabelle en Tomas het besef dat hun dochter meer nodig heeft dan alleen hulp bij het eten.

“We merkten dat er onder de eetstoornis zoveel meer zat,” vertelt Isabelle. “Natuurlijk moest Estelle weer gaan eten, maar we voelden ook dat de eetstoornis ergens een functie had. We wilden dat daar aandacht voor zou zijn.”

Wanneer zij voor het eerst over BeLeef horen, spreekt juist die visie hen aan. Niet alleen de focus op de symptomen, maar ook op de mens achter de eetstoornis.

“Dat voelde anders,” zegt Tomas. “Er werd niet alleen gekeken naar wat Estelle deed, maar ook naar waarom ze dat deed. Dat gaf ons weer een beetje hoop.”

Die hoop betekent niet dat alle zorgen ineens verdwijnen. Integendeel. Ook het besluit om Estelle naar Portugal te laten gaan, vinden ze spannend.

“Je geeft je kind uit handen,” vertelt Isabelle. “Dat voelt heel dubbel. Aan de ene kant weet je dat ze hulp nodig heeft, aan de andere kant wil je haar het liefst dicht bij je houden.”

Toch besluiten ze haar los te laten. Niet omdat dat makkelijk is, maar omdat liefde soms ook betekent dat je vertrouwt op anderen.

“Ook ouders hebben begeleiding nodig”

Terugkijkend beseffen Isabelle en Tomas hoe groot de impact van de eetstoornis ook op henzelf is geweest.

“Je bent als ouder voortdurend bezig met je kind,” vertelt Isabelle. “Maar eigenlijk vergeet je jezelf helemaal.”

Juist daarom kijken zij met veel waardering terug op de Systeemtherapie die zij tijdens het traject kregen.

“Er werd niet alleen naar Estelle gekeken,” zegt Tomas. “Ook wij mochten vertellen hoe het met óns ging. Dat voelde voor het eerst alsof we er als gezin mochten zijn.”

Tijdens de gesprekken ontdekken zij hoe sterk de eetstoornis ook hun eigen gedrag heeft beïnvloed.

“Onbewust waren wij ons hele leven gaan aanpassen,” vertelt Isabelle. “Pas toen kregen we inzicht in hoeveel invloed de eetstoornis eigenlijk op ons allemaal had gehad.”

Dat inzicht brengt niet alleen verdriet met zich mee.

Het brengt ook ruimte.

Ruimte om opnieuw na te denken over hun rol als ouders.

“Je leert dat je niet alles kunt oplossen,” zegt Tomas. “En dat is misschien wel één van de moeilijkste lessen.”

“Je kunt herstel niet vóór iemand doen. Maar je kunt wel naast iemand blijven staan.”

Langzaam kwam onze dochter terug
Herstel blijkt geen rechte lijn. Ook na Portugal zijn er moeilijke momenten. Toch zien Isabelle en Tomas langzaam iets veranderen. Niet van de ene op de andere dag. Maar in kleine, bijna onopvallende stapjes.

“Langzaam zagen we Estelle weer terugkomen,” vertelt Isabelle.

“Ze begon weer te lachen. Ze kreeg weer belangstelling voor dingen. We zagen weer stukjes van haar persoonlijkheid die jarenlang naar de achtergrond waren verdwenen.”

Juist die kleine momenten geven nieuwe moed.

“Dat zijn de momenten waarop je beseft waarom je bent blijven volhouden,” zegt Tomas.

“Niet omdat alles ineens goed is, maar omdat je ziet dat herstel echt mogelijk is.”

Ook wij moesten opnieuw leren leven
Wanneer een eetstoornis jarenlang onderdeel is geweest van het dagelijks leven, verdwijnt die invloed niet van de ene op de andere dag.

Ook voor Isabelle en Tomas begint een nieuw proces.

“Je bent zo lang bezig geweest met overleven,” vertelt Isabelle. “Dat je bijna opnieuw moet leren hoe het is om gewoon ouder te zijn.”

Langzaam komt er weer ruimte voor spontane gesprekken. Voor samen lachen. Voor plannen maken die niet draaien om behandelingen of maaltijden.

“Dat zijn misschien wel de mooiste momenten,” zegt Tomas. “Dat je merkt dat het leven langzaam weer groter wordt.”

Een boodschap aan andere ouders
Aan het einde van ons gesprek vraag ik Isabelle en Tomas wat zij andere ouders zouden willen meegeven die zich misschien nog midden in de storm bevinden.

Ze hoeven daar niet lang over na te denken.

“Blijf hoop houden,” zegt Isabelle.

“Hoe moeilijk dat soms ook is.”

Tomas knikt.

“Achter de eetstoornis zit nog steeds jouw kind. Soms zie je dat gezonde stukje bijna niet meer. Maar blijf erin geloven.”

Ze benadrukken ook hoe belangrijk het is om hulp te vragen. Niet alleen voor je zoon of dochter. Maar ook voor jezelf.

“Je hoeft dit niet alleen te dragen,” zegt Isabelle.

“Juist wanneer jij als ouder overeind blijft, kun je er ook voor je kind blijven zijn.”

“Blijf geloven in het gezonde stukje van je kind. Hoe klein dat stukje soms ook lijkt.”

Tot slot
Wanneer ik na ons gesprek weer naar buiten loop, blijft vooral één gevoel hangen. Niet de machteloosheid waar Isabelle en Tomas zo open over hebben verteld. Maar de liefde. De liefde waarmee zij al die jaren naar hun dochter zijn blijven kijken.

Hun verhaal laat zien dat een eetstoornis nooit alleen degene raakt die ziek is. Ook ouders leggen een weg af die vraagt om moed, veerkracht en vertrouwen.

Met De stem van de naasten hopen we ook hún verhalen zichtbaar te maken. Omdat juist daarin zoveel herkenning schuilt voor andere gezinnen. En omdat hoop soms begint bij het horen van het verhaal van iemand die dezelfde weg heeft afgelegd.

Bij BeLeef geloven we dat achter iedere eetstoornis een mens schuilt. Door verhalen te delen ontstaat herkenning, verbinding en hoop. Want duurzaam herstel begint vaak met het gevoel dat je niet alleen bent.