Ervaringsverhaal Ilse Bosse
Ilse Bosse over controle, terugval en de moeilijke werkelijkheid ná intensieve behandeling
Toen Ilse Bosse zich aanmeldde bij BeLeef, leefde ze al jarenlang met wat ze zelf een ‘leefbare eetstoornis’ noemt. Van buiten leek alles op orde, ze werkte, volgde een hbo-studie en functioneerde ogenschijnlijk goed. Maar van binnen was de controle voortdurend aanwezig. In dit gesprek vertelt ze openhartig over de intensiteit van het traject, de confrontatie na terugkomst uit Portugal en waarom herstel volgens haar pas echt begint wanneer de behandeling voorbij is.
“Voor de buitenwereld leek het alsof het goed ging.”
“Ik kwam bij BeLeef terecht omdat ik na tien jaar eindelijk écht intensieve therapie wilde aangaan om van mijn eetstoornis te herstellen. Ik noemde het zelf altijd een ‘leefbare eetstoornis’. Ik werkte veel, deed mijn hbo-studie en voor de buitenwereld leek het alsof het goed ging.
Maar van binnen was dat totaal niet zo. Ik voelde al jaren geen rust of geluk meer. Ik was somber, angstig en continu bezig met controle, in eten, maar ook in andere dingen. Ik durfde niet naar de toekomst te kijken en had soms een passieve doodswens.”
Wat haar situatie verwarrend maakte, vertelt ze, was dat ze een gezond gewicht had en “gewoon at”.
“Maar wel in kleine hoeveelheden en met heel veel controle. Alles moest perfect zijn en ‘de calorieën waard’. Als iets niet lekker genoeg was, voelde het alsof het het niet waard was om te eten.
Daardoor dacht ik zelf ook vaak: het valt wel mee. Tegelijkertijd voelde ik steeds sterker dat ik het nog één keer écht wilde proberen.”
“Mijn eetstoornis was eigenlijk te goed geworden in zich aanpassen.”
"Ik heb behandelingen gehad vanaf mijn dertiende of veertiende, terwijl mijn eetstoornis al rond mijn elfde begon. Ambulante therapieën, EMDR, PMT, emotieregulatie, ik heb van alles geprobeerd.
Toen ik achttien werd stopte de jeugd-GGZ, en binnen anderhalf jaar viel ik hard terug. Daarna ben ik opnieuw hulp gaan zoeken, onder andere bij Human Concern. Maar daar merkte ik al snel dat één uur per week niet genoeg was.
Mijn eetstoornis was eigenlijk te goed geworden in zich aanpassen. Ik wist precies wat ik moest zeggen om mensen op afstand te houden.”
Ze kon haar gedrag uitleggen en analyseren, maar merkte dat er niets veranderde.
“De controle bleef. Het wegdrukken van emoties bleef. Toen dacht ik echt: hoe kom ik hier ooit uit?”
Een klinische opname in Nederland voelde voor haar niet passend.
“Ik vond mezelf daar niet ziek genoeg voor en had er ook geen goed gevoel bij. Totdat ik BeLeef tegenkwam.”
Wat haar aansprak was de combinatie van verschillende elementen.
“Het lichaam, dieren, weg van huis, een ander land, geen telefoon, 24/7 begeleiding, verschillende therapievormen. Echt volledig erin. Ik dacht: dit is misschien mijn kans.”
“In Portugal voelde ik me voor het eerst écht gezien.”
Ondanks de zwaarte van het proces kijkt Ilse niet alleen negatief terug op haar tijd bij BeLeef. Juist daar ontdekte ze hoeveel er onder haar eetstoornis verborgen lag.
“Wat BeLeef mij vooral heeft gebracht, is inzicht. Niet alleen in mijn eetstoornis, maar vooral in wat daaronder zit. Ik werd me daar veel bewuster van patronen, trauma, hechting, controle en hoe erg mijn eetstoornis eigenlijk verweven zat met overleven.
Daarvoor zag ik mijn eetstoornis vooral als iets rondom eten. In Portugal werd pas duidelijk hoeveel dieper het eigenlijk zat.”
Die confrontatie voelde intens en kwetsbaar.
“Ik heb me daar ook heel erg gezien en gehoord gevoeld. En ergens ook heel ‘naakt’. Niet fysiek, maar emotioneel. Alsof alles zichtbaar werd, al het verdriet, de angst, de paniek. En ondanks dat mensen dat allemaal zagen, bleven therapeuten en begeleiders er wel bij.”
Juist dat maakte diepe indruk op haar.
“Ik heb ergens altijd gedacht dat mensen me niet leuk zouden vinden als ze echt alles van mij zouden zien. Daarom vond ik het zo bijzonder dat mensen bleven.”
In die kwetsbaarheid ontdekte ze ook iets anders.
“Ik ben langzaam gaan zien dat er veel meer kracht in mij zit dan ik zelf dacht. Dat vind ik nog steeds moeilijk om echt te erkennen, maar ik weet vaak eigenlijk heel goed wat ik nodig heb of wil. Alleen moet ik dat vaker gaan uitspreken en daarvoor durven staan.”
“Portugal voelde als een warme bubbel, maar daarna begon het echte moeilijke stuk.”
“Ik voelde extreem veel, maar kon er niet goed bij. Tegelijkertijd voelde Portugal ook warm en veilig. Alles is geregeld, iedereen is er, je wordt gedragen.”
Maar juist na terugkomst begon het zwaarste deel van haar herstelproces.
“Mijn thuissituatie bleek voor mij niet veilig. Het idee om terug te gaan was doodeng. De laatste dagen kreeg ik suïcidale gedachten en begon ik plannen te maken. Dat had ik nog nooit zo gehad.”
Na thuiskomst kwam ze terecht in wat ze zelf omschrijft als een zwart gat.
“Ik had geen stabiele plek, geen vangnet. Ik heb op meerdere plekken gewoond en voelde nergens rust. Alles wat open was gegaan in Portugal had geen plek om te landen.”
Ze viel terug in haar eetstoornis.
“Juist omdat ik die weer nodig had om te overleven. Ik ben medicatie gaan gebruiken voor mijn depressie en angst. En toen werd ook duidelijk dat er veel meer onder zat, trauma en andere dingen waardoor mijn eetstoornis er nog zat.”
“Je hoeft niet steeds uit te leggen waarom iets moeilijk is.”
“De groep is voor mij heel belangrijk geweest, vooral in Portugal zelf en tijdens de dagbehandeling daarna. Het helpt enorm om mensen om je heen te hebben die hetzelfde meemaken. Je hoeft niet alles uit te leggen, mensen begrijpen het gewoon. Dat gaf veel erkenning en veiligheid.”
Vooral na terugkomst uit Portugal had ze dat gevoel van herkenning hard nodig.
“Thuiskomen en ineens alles zelf moeten toepassen vond ik echt heel moeilijk. Dan helpt het als mensen begrijpen waar je doorheen gaat zonder dat je het helemaal hoeft uit te leggen.”
Tegelijkertijd noemt ze het ook pijnlijk dat het contact met veel groepsgenoten uiteindelijk verwaterde.
“Onze groep had veel complexe eetstoornissen en uiteindelijk waren er nog maar vier mensen over. Daardoor werd het in het re-integratietraject moeilijker om echt steun uit de groep te blijven halen, terwijl ik daar in Portugal juist heel veel aan had gehad.”
Toch is er één contact dat nog altijd veel voor haar betekent.
“Ik ben nog steeds heel dankbaar dat ik met één groepsgenoot contact heb gehouden. Dat contact heeft me echt veel kracht gegeven en helpt me nog steeds.”
“Herstel is niet één grote keuze, maar heel veel kleine keuzes op een dag.”
“Dat herstel niet begint in Portugal, maar pas echt daarna. In Portugal word je gedragen, maar thuis moet je het uiteindelijk zelf doen. Daar begint het echte werk.”
“Elke dag is dag één. Elke dag zijn er opnieuw momenten waarop je kunt kiezen. Voor herstel of niet. In eten, gedrag, grenzen aangeven, hoe je met jezelf omgaat.
Het zijn niet één of twee grote keuzes, maar heel veel kleine keuzes op een dag. En elke keuze kan een keuze richting herstel zijn. Ook als je terugvalt. Ook als het niet lukt.”
Hoewel herstel voor Ilse nog steeds iets is wat iedere dag aandacht vraagt, kijkt ze inmiddels anders naar de toekomst dan een paar jaar geleden.
“Mede door de maatschappelijke begeleiding vanuit BeLeef woon ik nu op mezelf. Ik heb eindelijk een eigen plek om te herstellen. Thuis kon ik niet herstellen, daar was te veel onrust en onveiligheid.”
Juist die plek, vertelt ze, maakt het mogelijk om langzaam verder te bouwen aan herstel.
“Het gaat nog steeds stap voor stap. Maar ik merk nu wel dat er ruimte ontstaat om echt een eigen leven op te bouwen.”
Herken jij je in het verhaal van Ilse?
Of denk je dat je zelf last hebt van een eetstoornis? Neem dan vooral contact met ons op. We helpen je graag!
Informatie


