Ervaringsverhaal Bo
Niet langer genoegen nemen met een half leven
Bo over ruimte innemen, leren voelen en ontdekken dat alle kanten van jezelf er mogen zijn
Eind 2023 verliet Bo een langdurige behandeling bij Rintveld. Ze had een gezond gewicht, haar brein was aan het herstellen en – misschien wel het belangrijkste – ze viel deze keer niet direct terug in haar eetstoornis. Voor het eerst in jaren lukte het haar om haar leven weer op te bouwen. Ze studeerde af, vond een baan waar ze het erg naar haar zin had, had leuke vrienden en vriendinnen en een redelijk goede band met haar familie.
Het ging goed. Althans, zo voelde het op dat moment.
Bo was er dan ook van overtuigd dat ze zo goed als hersteld was. Alleen het laatste stukje moest nog worden aangepakt. Tot ze begin dit jaar een hersenschudding kreeg en noodgedwongen stil kwam te staan. Ze kon een paar maanden niet werken en moest rust nemen. Juist die gedwongen stilstand gaf haar iets wat ze lange tijd niet had gehad: tijd om werkelijk naar zichzelf en haar leven te kijken.
Langzaam ontstond het besef dat het misschien wel beter ging dan ooit, maar dat ze nog steeds niet was waar ze wilde zijn.
“Als je van ver komt, lijken veel ogenschijnlijk kleine dingen onschuldig. Maar alles bij elkaar is er dan toch nog best veel om aan te werken.”
Als ‘het goed gaat’ niet genoeg blijkt
Bo had haar huidige leven lange tijd vergeleken met de jaren waarin het heel slecht met haar ging. En tegen die achtergrond leek haar leven eigenlijk prima. Ze werkte, had sociale contacten en had haar leven weer enigszins opgebouwd.
Pas toen ze tijdens haar verplichte rust eerlijker durfde te kijken, merkte ze dat er iets niet klopte.
“Ik merkte gewoon dat ik genoegen had genomen met een ‘half leven’.”
Ze was minder gelukkig dan ze zichzelf voorhield. Ze voelde zich onveilig in haar lichaam en vond het moeilijk om echt verbonden te zijn met haar lijf en haar emoties. Ook wist ze eigenlijk helemaal niet goed wie ze was en wat ze wilde.
Dat was confronterend. Want hoewel ze al een enorme weg had afgelegd, voelde ze ook dat er een volgende stap nodig was.
Ze nam contact op met enkele behandelaren die ze nog kende van haar eerdere behandeling in Portugal. Naar aanleiding daarvan besloot ze zich opnieuw aan te melden voor behandeling. In eerste instantie met het idee om het laatste restje van haar eetstoornis aan te pakken.
Dat restje bleek uiteindelijk minder klein dan ze had gehoopt.
Minder ruimte innemen
Een belangrijk deel van Bo’s verhaal gaat over ruimte. Letterlijk en figuurlijk.
Ze omschrijft zichzelf als druk, praatgraag en aanwezig. Eigenschappen die ze tegenwoordig steeds beter als iets positiefs kan zien, maar die vroeger ook ingewikkeld voor haar waren. In haar jeugd werd ze regelmatig afgewezen op deze eigenschappen. Volwassenen wisten niet altijd goed hoe ze met “zo’n druk kind” om moesten gaan.
Bo begrijpt dat inmiddels. In een klas met dertig kinderen kan een druk en energiek kind behoorlijk veel vragen van een omgeving. Maar als kind trek je daar andere conclusies uit.
Onbewust ontstond bij Bo het idee dat ze misschien op een andere manier kon compenseren voor haar aanwezigheid. Als ze fysiek minder ruimte zou innemen, zou haar drukke, impulsieve en energieke kant misschien meer geaccepteerd worden.
Dunner worden betekende daarmee niet alleen letterlijk kleiner worden. Het werd ook een manier om haar plek in te nemen.
Het werkte op een bepaalde manier. Totdat het tegenovergestelde gebeurde: juist heel dun worden vraagt uiteindelijk óók veel aandacht.
En daarmee ontstond een tegenstelling die Bo nog steeds herkent.
Aan de ene kant vindt ze het moeilijk om ruimte in te nemen, uit angst voor afwijzing. Aan de andere kant is er een deel van haar dat juist graag haar stem laat horen, gezien wil worden en het fijn vindt om aanwezig te zijn.
“Blijkbaar is er een deel in mij dat graag gezien wordt, en ook een deel dat dat heel moeilijk vindt.”
Van weten naar voelen
Bo had al vele behandelingen achter de rug en was eerder ook in Portugal geweest. Dankzij die eerdere behandelingen had ze inmiddels behoorlijk veel inzicht in de functies van haar eetstoornis.
Maar inzicht hebben bleek niet hetzelfde als iets werkelijk kunnen voelen.
“Ik ben gewend erg vanuit mijn hoofd te leven en mijn lichaam daarin niet mee te nemen.”
Ook moeilijke emoties gaat ze vaak uit de weg. Ze kan zich vrolijker of beter voordoen dan ze zich daadwerkelijk voelt.
Juist daar werd in Portugal snel doorheen geprikt.
Het team hielp haar om dichter bij haar gevoel te komen en tegelijkertijd opnieuw te erkennen dat er meer eetstoornis zat en zit dan ze zelf wilde toegeven. Niet alleen praten en begrijpen, maar ook ervaren wat er in haar lichaam gebeurt.
Daarom waren de lichaamsgerichte sessies voor haar zo waardevol. Ademtherapie, body awareness, yoga en meditatie hielpen haar om niet alleen vanuit haar hoofd naar zichzelf te kijken.
Ook de manier waarop de therapeuten met haar omgingen, maakte indruk. De behandeling was liefdevol en warm, maar niet altijd comfortabel.
Soms werd de ‘mantel der liefde’ bewust even afgedaan wanneer er behoefte was aan wat meer ‘tough love’.
Juist die combinatie van liefde, deskundigheid en duidelijkheid heeft Bo als heel helpend ervaren.
Een groepsbehandeling die toch persoonlijk voelt
Wat haar daarnaast bijzonder opviel, was hoe individueel de groepsbehandeling was.
Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar binnen de groep volgde iedereen uiteindelijk zijn eigen proces. Binnen de verschillende therapieën kreeg iedereen de ruimte om de behandeling op een eigen manier vorm te geven.
Een bepaalde sessie kon voor Bo daardoor iets totaal anders betekenen dan voor iemand anders.
Ook de aandacht van de therapeuten viel haar op. Ze merkten veel op en onthielden dingen die Bo zelf soms allang weer vergeten was. Regelmatig kreeg ze iets terug van een behandelaar over iets wat ze eerder in de behandeling had gezegd of gedaan.
“Dat vond ik heel waardevol én uniek, want dat gebeurt echt niet altijd.”
Die nauwkeurigheid maakte dat ze zich gezien voelde. Niet alleen als iemand met een eetstoornis, maar als Bo.
Het moment waarop het masker afviel
Bo heeft nooit gedacht: ik stop ermee. Wel waren er meerdere momenten waarop ze haar therapeuten even vervloekte en er echt helemaal klaar mee was.
Het duurde bovendien een tijd voordat ze zich voldoende veilig voelde om werkelijk kwetsbaar te worden.
Rond week vier begon er iets te veranderen. Haar muur begon langzaam af te brokkelen en het masker dat ze tot dan toe had opgezet, viel steeds verder af.
De overgang van de quinta naar de huisjes speelde daar waarschijnlijk een rol in. Ze vond die verandering spannend. Maar vooral had ze tijd nodig gehad om vertrouwen te krijgen en zich veilig genoeg te voelen om zichzelf echt te laten zien.
Toen dat eenmaal lukte, kon ze grotere stappen zetten.
Niet eens per se op eetgebied.
Juist doordat ze opener en kwetsbaarder durfde te zijn, kon ze dichter bij de kern komen.
Alle kanten van Bo
Die kern gaat voor Bo uiteindelijk over veel meer dan haar eetstoornis.
Bij BeLeef heeft ze geleerd dat de verschillende kanten van haar niet tegen elkaar hoeven te vechten. Dat ze niet hoeft te kiezen tussen de Bo die graag aanwezig is en de Bo die bang is om afgewezen te worden. Tussen de kant die graag gezien wordt en de kant die zich daar juist voor wil verstoppen.
Al die delen zijn onderdeel van haar.
“Ik heb hele mooie eigenschappen, maar ook mindere, zoals ieder mens. Mijn grootste uitdaging ligt in het accepteren van die mindere delen, omdat die uiteindelijk óók maken wie ik ben en onderdeel van mij zijn.”
Dat klinkt misschien eenvoudig, maar voor Bo is het een belangrijke verschuiving. Ze hoeft zichzelf niet meer kleiner te maken om andere kanten van zichzelf acceptabel te maken.
Ze mag er zijn met alles wat bij haar hoort.
En juist dat maakt het delen van haar verhaal spannend.
Ze heeft inmiddels een filmpje laten maken en staat nu ook met dit interview online. Dat voelt kwetsbaar. Ze is bang dat er straks “heel veel Bo” online staat en dat mensen daar een mening over hebben.
Maar misschien is precies dat ook onderdeel van haar volgende stap.
Want mensen zullen altijd ergens iets van vinden. Daar heeft ze geen controle over.
Wat ze wél kan bepalen, is waarom ze haar verhaal deelt.
En die reden is voor haar helder: ze hoopt dat iemand anders door haar verhaal misschien net dat laatste zetje krijgt om ook hulp te zoeken. Om een drempel weg te nemen. Om niet jarenlang genoegen te nemen met een leven dat op papier goed lijkt, maar waarin je jezelf ondertussen steeds verder kwijtraakt.
Een leven waar ze écht gelukkig van kan worden
Voor Bo was deze behandeling daarom geen kwestie van opnieuw beginnen.
Ze kwam juist omdat ze al zo ver was gekomen en merkte dat er nog iets ontbrak.
Ze had geleerd om te functioneren. Nu wilde ze leren om werkelijk te leven.
De behandeling in Portugal hielp haar om verder te kijken dan wat zichtbaar is. Om niet alleen te begrijpen wat haar eetstoornis doet, maar ook te voelen wat eronder ligt. Om dichter bij haar lichaam en emoties te komen. En om opnieuw te onderzoeken wie ze is, wat ze nodig heeft en wat ze wil.
“Al met al was deze behandeling precies wat ik nodig had op dit punt in mijn leven om weer verder te kunnen en stappen te kunnen gaan zetten om een leven te creëren waar ik écht gelukkig van word.”
Ze vraagt zich af waar ze zonder Portugal was gebleven.
“Ik denk dat ik, als ik niet naar Portugal was gegaan, nog heel veel jaren een schijnleven had geleefd waar ik uiteindelijk doodongelukkig van zou zijn geworden.”
Ruimte innemen als onderdeel van duurzaam herstel
Misschien is dat uiteindelijk wel waar Bo’s verhaal over gaat: niet alleen leren leven zonder eetstoornis, maar leren leven als zichzelf.
Met haar energie. Haar praatgraagheid. Haar behoefte om gehoord te worden. Haar onzekerheid. Haar angst voor afwijzing. Haar behoefte om soms wat kleiner te worden. En tegelijkertijd haar verlangen om juist ruimte in te nemen.
Duurzaam herstel betekent voor haar niet dat al die tegenstrijdigheden verdwijnen. Het betekent dat ze er mogen zijn.
Dat ze niet langer een deel van zichzelf hoeft weg te drukken om een ander deel acceptabel te maken.
En misschien is dit interview daarom wel meer dan alleen het vertellen van haar verhaal. Het is ook een kleine oefening in zichtbaar zijn. In ruimte innemen. In durven zeggen: dit ben ik.
Ook als iemand daar iets van vindt.
Want Bo wil zichzelf steeds meer leren dat het oké is om aanwezig te zijn. Om ruimte in te nemen. Om gezien te worden.
Niet om aandacht te krijgen om de aandacht, maar omdat ze iets te vertellen heeft.
En misschien kan haar verhaal ervoor zorgen dat iemand anders zichzelf ook toestaat om die eerste stap te zetten.
“Je weet nooit wat iets kan brengen voordat je ermee bent begonnen.”
Voor Bo is hulp zoeken geen verloren tijd. Integendeel.
“Ik denk dat toelaten van hulp en steun het engste, meest kwetsbare en tegelijkertijd meest waardevolle is dat ik ooit gedaan heb. Het heeft me niet alleen een veel diepere connectie opgeleverd met de mensen om me heen, maar ik heb vooral mezelf zóveel beter leren kennen. Dat neemt niemand me meer af”.
Herken jij je in het verhaal van Bo?
Of denk je dat je zelf last hebt van een eetstoornis? Neem dan vooral contact met ons op. We helpen je graag!
